• Dinsdag 28 Juni : Uit de profeet Amos 3,1-8.4,11-12.
    Hoort dit woord dat de Heer spreekt, over u, de zonen van Israël, over heel het geslacht dat Ik uit Egypte heb geleid. Mijn woord is: U alleen heb Ik uitverkoren onder al de geslachten der aarde; daarom roep Ik u ook ter verantwoording voor al uw ongerechtigheden! Gaan er ooit twee mensen samen op weg zonder dat zij elkaar gevonden hebben? Brult ooit een leeuw in het woud zonder dat hij een prooi heeft? Of gromt er een leeuwejong in zijn hol zonder dat het iets te pakken heeft gekregen? Schiet een vogel omlaag naar de knip op de grond zonder dat daar een lokaas ligt? Of wordt de knip van de grond opgenomen zonder dat er iets gevangen is? Wordt in een stad de bazuin gestoken zonder dat de bewoners beven? Gebeurt er ooit in een stad een ramp zonder dat Jahwe daar de hand in heeft? Zo ook doet de Heer, de Heer, nooit iets zonder dat Hij zijn besluit onthult aan zijn dienaars, de profeten. De leeuw heeft gebruld: wie zou er niet vrezen? De Heer, de Heer, heeft gesproken: wie zou er niet profeteren? Ik heb u ondersteboven gekeerd, even geweldig als Sodom en Gomorra; als een geblakerd stuk hout zijt gij geworden dat aan een brand ontrukt is, maar gij hebt u niet tot Mij bekeerd: zo luidt de godsspraak van de Heer. Daarom zal Ik zo met u handelen, Israël. En omdat Ik zo met u zal handelen, moet gij u gereedmaken, Israël, om voor uw God te verschijnen.
  • Dinsdag 28 Juni : Psalmen 5,5-6.7.8.
    Gij zijt toch geen God, die onrecht verdraagt, bij U kan geen booswicht vertoeven. Geen zondaar kan U in de ogen zien, Gij haat hen die onrecht bedrijven. Die leugentaal spreken vernietigt Gij, Gij gruwt van bloeddorst en wreedheid. Maar ik, door uw rijke genade mag binnengaan in uw huis. Ik werp mij neer voor uw tempel in eerbied voor U, mijn Heer.
  • Dinsdag 28 Juni : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 8,23-27.
    Toen Jezus in de boot stapte, volgden zijn leerlingen Hem. Opeens raakte de zee in hevige beroering, zodat de golven over de boot sloegen; Hij echter lag te slapen. Zij gingen naar Hem toe en maakten Hem wakker met de woorden: 'Heer, red ons, wij vergaan!' Hij sprak tot hen: 'Waarom zijt gij bang, kleingelovi­gen?' Dan stond Hij op, richtte zich met een dwingend woord tot de winden en de zee, en het water werd volmaakt stil. De mensen stonden verbaasd en zeiden: 'Wat voor iemand is dat toch, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorza­men?'
  • Dinsdag 28 Juni : H. Augustinus
          De slaap van Christus is een teken van een mysterie. De mensen die in de boot zitten staan voor de zielen die het leven in deze wereld op het kruishout, doorgaan. Ook is de boot het symbool van de kerk. Ja, werkelijk (…) het hart van elke gelovige is een boot die op zee vaart; ze kan niet droevig worden als haar geest goede gedachten onderhoudt.       Heeft men je beledigd? Dat is de wind die je geselt. Ben je kwaad; dat is de golf die hoger wordt. Komt de verleiding op; dat is de wind die blaast. Is je ziel bezorgd; dat zijn de hoge golven. (…) Maak Christus wakker, laat Hem tot je spreken. “Wie is dat toch dat zelfs de wind en de zee naar Hem luistert?” Wie is Hij? “Hij heeft de zeeën gemaakt”; “door Hem werd alles geschapen” (Ps 95,5; Joh 1,3). Doe dus zoals de winden en de zee: luister naar de Schepper. De zee onderwerpt zich aan de stem van Christus en jij blijft doof? De zee gehoorzaamt, de wind wordt rustig, en jij gaat door met blazen? Wat willen we daarmee zeggen? Spreken, zich druk maken, denken over wraak: is dat niet doorgaan met blazen en niet willen stoppen voor het woord van Christus? Wanneer je hart bezorgd is, laat je dan niet overspoelen door de golven.       Als de wind ons toch omverblaast – want we zijn slechts mensen- en als de wind negatieve gedachten in ons hart aanwakkert, laten we dan niet wanhopen. Laten we Christus wakker maken, opdat we onze reis kunnen vervolgen op een rustige zee.
  • Maandag 27 Juni : Uit de profeet Amos 2,6-10.13-16.
    Zo spreekt de Heer: Na de herhaalde misdaden van Israël kom Ik niet op mijn besluit terug! Omdat zij de rechtvaardige voor geld verkopen, de arme voor een paar schoenen, omdat zij de geringen als het stof van de aarde vertrappen en het recht van de armen verkrachten, Vader en zoon gaan naar dezelfde meid en ontwijden zo mijn heilige naam. Op de als pand aanvaarde kleren leggen zij zich neer bij de altaren en zij drinken met boetegeld betaalde wijn in het huis van hun God. En Ik, Ik heb toch voor hun ogen de Amoriet verdelgd, zo hoog als een ceder, zo sterk als een eik; Ik heb hem toch uitgeroeid van onder tot boven, met wortel en tak! Ik, Ik heb u uit Egypte gevoerd, u door de woestijn geleid, veertig jaar lang, en het land van die Amoriet aan u gegeven. Welnu Ik zal het laten wankelen onder uw voeten, zoals een wagen wankelt, die te hoog met schoven beladen is. Dan krijgt zelfs de snelle loper geen kans om te vluchten, de sterke heeft niets aan zijn kracht en de dappere redt zijn leven niet. De boogschutter houdt geen stand, de hardloper ontkomt niet en geen ruiter redt zijn leven. Zelfs de dapperste onder strijders zal naakt moeten vluchten, die dag. Dit is de godsspraak van de Heer.
  • Maandag 27 Juni : Psalmen 50(49),16bc-17.18-19.20-21.22-23.
    Wat spreekt gij aldoor over mijn geboden en hebt ge mijn verbond steeds op de tong? Gij die van tucht een afkeer hebt en nimmer acht slaat op mijn woorden. Ziet gij een dief dan gaat ge met hem stelen, met hen die echtbreuk plegen gaat ge om. Voor slechtheid opent gij uw mond, ge roert uw tong om te bedriegen. Ge zet u neer om van uw broeder kwaad te spreken, uw moeders zoon belastert gij. Zou Ik dan zwijgen als gij zoiets doet? Of meent ge soms dat ik aan u gelijk ben? Ik klaag u aan, Ik leg u alles voor. Verstaat het toch, gij die aan God niet denkt, want anders grijp Ik u en niemand zal u redden. Wie offers brengt van lof, die eert Mij waarlijk, wie rechte wegen gaat, die vindt het heil van God.
  • Maandag 27 Juni : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs 8,18-22.
    In die tijd, toen Jezus een grote menigte om zich heen zag, gaf Hij bevel om naar de overkant te gaan. Een schrift­geleerde trad op Hem toe en zei: 'Meester ik zal U volgen, waar Gij ook heen gaat.' Jezus sprak tot hem: 'De vossen hebben hun holen en de vogels uit de lucht hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar hij zijn hoofd op kan laten rusten.' Een andere van zijn leerlingen zei tot Hem: 'Heer, laat mij eerst teruggaan om mijn vader te begra­ven.' Jezus zei Hem: 'Volg Mij; laat de doden hun doden begraven.'

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"