• Donderdag 9 Februari : Uit het boek Genesis 2,18-25.
    De Heer sprak: Het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past. Toen vormde Hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en Hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten. De mens gaf namen aan al het vee, aan alle vogels en alle wilde dieren, maar hij vond geen helper die bij hem paste. Toen liet God, de Heer, de mens in een diepe slaap vallen, en terwijl de mens sliep nam Hij een van zijn ribben weg; Hij vulde die plaats weer met vlees. Uit de rib die Hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de Heer, een vrouw en Hij bracht haar bij de mens. Toen riep de mens uit: ‘Eindelijk een gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees, een die zal heten: vrouw, een uit een man gebouwd.’ Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt. Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.
  • Donderdag 9 Februari : Psalmen 128(127),1-2.3.4-5.
    Gelukkig ieder die ontzag heeft voor de Heer en de weg gaat die Hij wijst: Je zult eten wat je werk opbrengt, geluk en voorspoed vallen je toe. Je vrouw als een vruchtbare wijnstok in het midden van je huis, je kinderen als jonge olijfbomen in een kring om je tafel. Ja, zo wordt gezegend de man die ontzag heeft voor de Heer. Ontvang de zegen van de Heer uit Sion, verheug je in de voorspoed van Jeruzalem, alle dagen van je leven.
  • Donderdag 9 Februari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 7,24-30.
    In die tijd trok Jezus naar de streek van Tyrus en Sidon. Hij ging een huis binnen en wilde niet dat iemand het te weten kwam, maar Hij kon niet onopgemerkt blijven. Een vrouw wier dochtertje door een onreine geest was bezeten, kwam dan ook, zodra ze van Hem gehoord had, naderbij en wierp zich aan zijn voeten. De vrouw was een Helleense van Syrofenicische afkomst. Zij vroeg Hem de duivel uit haar dochter uit te drijven. Hij sprak tot haar: 'Laat eerst de kinderen verzadigd worden, want het is niet goed het brood dat voor de kinderen bestemd is aan de honden te geven.' Maar zij had een antwoord en zei Hem: 'Jawel, Heer. De honden onder tafel eten immers van de kruimels van de kinderen.' Toen sprak Hij tot haar: 'Omdat ge dit zegt, ga heen, de duivel heeft uw dochter verlaten.' Zij keerde naar huis terug, trof haar kind te bed en bevond dat de duivel was heengegaan.
  • Donderdag 9 Februari : H. Johannes Chrysostomus
          Een Kananese vrouw naderde Jezus en begon te smeken en schreeuwde het uit om haar dochter die bezeten was door een demon. (...) Was deze vrouw, een vreemdeling, een heiden zonder enig verband met de joodse gemeenschap, anders dan een bedelend hondje om te verkrijgen wat ze vroeg? "Het is niet goed, zei Jezus, om brood voor de kinderen aan de hondjes te geven." Toch heeft ze het door haar volharding verdiend om verhoord te worden. Zij die slechts als een hondje was, werd door Jezus verheven tot de waardigheid van kinderen; sterker nog, Hij heeft haar complimenten gegeven. Hij zegt tegen haar als Hij haar wegzendt: "Vrouw, uw geloof is groot, dat alles u geschiedt zoals u wilt" (Mt 15,28). Als men Christus hoort zeggen: "Uw geloof is groot", hoeft men niet meer een ander bewijs te zoeken voor de grootheid van de ziel van deze vrouw. Zie hoe zij haar onwaardigheid uitgewist heeft met haar volharding. Merk ook op dat wij meer van de Heer verkrijgen door ons eigen gebed, dan door het gebed van anderen.
  • Woensdag 8 Februari : Uit het boek Genesis 2,4b-9.15-17.
    Toen God, de Heer, de aarde en hemel maakte, groeide er op de aarde nog geen enkele struik en was er geen enkele plant opgeschoten, want God, de Heer, had het nog niet laten regenen op de aarde, en er waren geen mensen om het land te bewerken; wel was er water dat uit de aarde opwelde en de aardbodem overal bevloeide. Toen maakte God, de Heer, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen. God, de Heer, legde in het oosten, in Eden, een tuin aan en daarin plaatste Hij de mens die Hij had gemaakt. Hij liet uit de aarde allerlei bomen opschieten die er aanlokkelijk uitzagen, met heerlijke vruchten. In het midden van de tuin stonden de levensboom en de boom van de kennis van goed en kwaad. God, de Heer, bracht de mens dus in de tuin van Eden, om die te bewerken en erover te waken. Hij hield hem het volgende voor: ‘Van alle bomen in de tuin mag je eten, maar niet van de boom van de kennis van goed en kwaad; wanneer je daarvan eet, zul je onherroepelijk sterven.’
  • Woensdag 8 Februari : Psalmen 104(103),1-2a.27-28.29bc-30.
    Prijs de Heer, mijn ziel. Heer, mijn God, hoe groot bent U. Met glans en glorie bent u bekleed, in een mantel van licht gehuld. En al deze dieren verwachten van U, dat Gij ze voedt op hun tijd. Geeft Gij het: ze eten het op; Gij opent uw hand: ze worden van het goede verzadigd. Neem Gij hun uw geest weg, dan komen zij om en keren terug tot de aarde. Maar zendt Gij uw geest dan komt er weer leven dan maakt Gij uw schepping weer nieuw
  • Woensdag 8 Februari : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 7,14-23.
    In die tijd riep Jezus het volk weer bij zich en sprak tot hen: 'Luistert allen naar Mij en wilt verstaan: niets kan de mens bezoedelen wat van buiten af in hem komt. Maar wat uit de mens komt, dat bezoedelt de mens. Als iemand oren heeft om te horen, hij luistere.' Nadat Hij zich van het volk had teruggetrokken en thuis gekomen was, stelden zijn leerlin­gen Hem vragen over de gelijkenis. Hij antwoordde hun: 'Begrijpt ook gij nog zo weinig? Beseft gij dan niet, dat al wat van buiten af in de mens komt hem niet kan bezoedelen, omdat het niet in zijn hart komt maar in zijn buik en zijn weg vindt in een zekere plaats?' Zo verklaarde Hij alle voedsel rein. 'Maar,' zei Hij, 'wat uit de mens komt, dat bezoedelt de mens. Want uit het binnenste, uit het hart van de mensen, komen boze gedachten, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, heb­zucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, godslastering, trots, lichtzinnigheid. Al die slechte dingen komen uit het binnenste en bezoedelen de mens.'

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"