• Zaterdag, 29 Januari 2022 : Uit het 2e boek Samuël 12,1-7a.10-17.
    In die dagen zond de Heer de profeet Natan naar David. Hij trad op bij de koning binnen en sprak tot hem: Twee mannen, een rijke en een arme , woonden in dezelfde stad. De rijke bezat heel veel schapen en runderen, de arme maar een enkel lammetje, dat hij gekocht had. Hij had het in leven weten te houden. Het was met hem en was bij hem opgegroeid, tussen zijn kinderen; het dier at van zijn bord, het dronk uit zijn beker, het sliep in zijn schoot; het was net zijn eigen dochter. Eens kreeg de rijk man bezoek. Hij het niet over zijn hart kon verkrijgen, een schaap of rund van zijn eigen kudde te nemen en dat klaar te maken voor de reiziger die bij hem gekomen was. Hij pakte het lam van de arme en maakte dat klaar voor zijn gast. David was diep verontwaardigd over die man en hij zij tot Natan: Zowaar de Heer leeft; de man, die dat gedaan heeft verdient de dood. En het lam moet hij vierdubbel vergoeden, omdat hij er niet voor is teruggeschrokken zo iets ergs te doen. Maar nu sprak Natan tot David: Gij zelf zijt die man! Zo spreekt Jahweh, Israëls God! Ik heb u gezalfd tot koning van Israël, Ik heb u bevrijd uit de hand van Saul, Welnu, het zwaard zal nooit meer wijken van uw huis, omdat ge Mij hebt geminacht en de vrouw van de Hetthiet Uria tot vrouw hebt genomen. Zo spreekt de Heer: Voorwaar, uit uw eigen huis ga Ik rampspoed over u brengen; Ik zal uw vrouwen onder uw ogen van u afnemen en ze geven aan iemand die u na staat; op klaarlichte dag zal die met uw vrouwen gaan slapen. Gij hebt in het verborgene gehandeld, maar Ik zal handelen ten aanschouwen van heel Israel en op klaarlichte dag. Toen zei David tot Natan: Ik heb tegen de Heer gezondigd! Natan antwoordde; Dan heeft de Heer u vergeven: u zult niet sterven. Maar omdat u door deze daad de vijanden van de Heer reden tot lasteren hebt gegeven, zal wel het kind dat u geboren is moeten sterven. Daarop ging Natan naar huis en de Heer sloeg het kind dat de vrouw van Uria aan David geschonken had, met een zware ziekte. En David smeekte tot God voor de jongen; hij vastte streng en als hij zich terugtrok voor de nacht legde hij zich op de grond te slapen. De oudsten van het hof drongen er bij hem op aan dat hij niet langer op de grond zou slapen, maar hij wilde niet luisteren: hij weigerde ook met hen te eten.
  • Zaterdag, 29 Januari 2022 : Psalmen 51(50),12-13.14-15.16-17.
    Schep in mij een zuiver hart, mijn God, geef mij weer een vastberaden geest. Wil mij niet verstoten van uw Aanschijn, neem uw heilige Geest niet van mij weg. Geef mij weer de weelde van uw zegen, maak mij sterk in edelmoedigheid. Dan zal ik de dwalenden uw wegen leren kennen, alle schuldigen terugvoeren tot U. Houd mij ver van bloedschuld God mijn redder, dan bezingt mijn tong uw wijs beleid. Heer, maak Gij mijn lippen los, dat mijn mond uw lof kan zingen.
  • Zaterdag, 29 Januari 2022 :
  • Zaterdag, 29 Januari 2022 : Uit het heilig Evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus 4,35-41.
    Op een zekere dag tegen het vallen van de avond sprak Jezus tot zijn leerlingen : 'Laten we oversteken.' Zij stuurden het volk weg en namen Hem mee zoals Hij daar in de boot zat; andere boten begeleidden Hem. Er stak een hevige storm op en de golven sloegen over de boot, zodat hij al vol liep. Intussen lag Hij aan de achtersteven op het kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en zeiden Hem: 'Meester, raakt het U niet dat wij vergaan?' Hij stond op, richtte zich met een dwin­gend woord tot de wind en sprak tot het water: 'Zwijg, stil!' De wind ging liggen en het werd volmaakt stil. Hij sprak tot hen: 'Waarom zijn ge zo bang? Hoe is het mogelijk dat ge nog geen geloof bezit?' Zij werden door een grote vrees bevangen en vroegen elkaar: 'Wie is hij toch, dat zelfs wind en water Hem gehoorzamen?'
  • Zaterdag, 29 Januari 2022 : Commentaar H. Gregorius van Nyssa
                "Zie, de winter is voorbij", zegt [de Bruidegom], "de regen is over, verdwenen" (Hooglied 2,11). Het kwaad heeft vele namen naar gelang van de verscheidenheid van zijn gevolgen. Het is winter, regen en stortbui, en elk van deze namen symboliseert een andere verleiding. Het wordt winter genoemd om de veelheid aan vormen van kwaad te symboliseren. (...) Hoe zit het met de stormen die zich in de winter op zee voordoen? Opgeworpen uit de afgrond, zwelt de zee op en imiteert de rotsen en bergen door haar toppen boven het water uit te steken. Hij stormt als een vijand op het land af, stormt tegen de kusten aan en schudt ze door elkaar met opeenvolgende slagen van zijn golven, als met zovele aanvallen van oorlogsmachines.             Maar laten wij deze kwalen van de winter en al wat daaraan toegevoegd kan worden, interpreteren door ze om te zetten in hun symbolische betekenis. (...) Wat is deze zee met zijn bulderende golven? Wat is deze regen, en wat zijn deze regenbuien? En hoe stopt de regen vanzelf? De diepe betekenis van al deze winterraadsels heeft te maken met iets menselijks en met de vrijheid van onze wil. (...) De menselijke natuur bloeide in het begin (...) maar de winter van ongehoorzaamheid had de wortel verdroogd, de bloem viel en werd opgelost in de aarde; de mens werd ontdaan van onsterfelijke schoonheid en het gras van de deugden verdorde, de liefde van God was bekoeld, terwijl de ongerechtigheid groeide; hartstochten zonder getal werden in ons opgewekt door vijandige stemmen en voerden de verwoeste zielen weg.             Maar wanneer Hij komt die lente brengt in onze zielen, Hij die, wanneer een kwade wind de zee wekt, de wind bedreigt en tegen de zee zegt: "Stilte! Wees stil! (Mc 4,39), keert onmiddellijk alles terug tot kalmte en sereniteit, en begint onze natuur te vergroenen en zich te tooien met haar eigen bloemen. De bloemen van ons leven zijn de deugden, die nu bloeien en hun vruchten voortbrengen "op hun tijd" (Ps.1,3). Daarom zegt het Woord: "Zie, de winter is voorbij".
  • Vrijdag, 28 Januari 2022 : Uit het 2e boek Samuël 11,1-4a.5-10a.13-17.
    Omstreeks de jaarwisseling, wanneer de koningen te velde trekken, liet David Joab met zijn eigen lijfwacht en alle Israëlieten uitrukken; zij vernietigden de Ammonieten en sloegen het beleg voor Rabba. David zelf bleef in Jeruzalem. Op een avond stond David van zijn rustbed op en ging wat wandelen op het dakterras van het paleis. Vanaf het terras zag hij een vrouw, die aan het baden was; zij was heel mooi. David liet naar de vrouw informeren en er werd hem gezegd: “Het is Batseba, de dochter van Eliam, de vrouw van Uria, de Hethiet.” Toen liet David haar halen. Ze kwam bij hem en hij had gemeenschap met haar, juist nadat ze zich gezuiverd had van haar stonden; daarna keerde ze naar haar woning terug. De vrouw werd zwanger, en zij liet aan David berichten: “Ik ben zwanger.” Toen zond David een boodschap aan Joab: “Stuur Uria, de Hethiet, naar mij toe.” Joab stuurde Uria naar David. Toen Uria bij hem kwam, informeerde David, hoe het met Joab ging en met het leger en met de oorlog. Daarna zei hij tot Uria: “Ga naar huis en neem een bad.” Uria verliet het paleis, waarbij een schotel van de koninklijke tafel achter hem werd aangedragen. Maar Uria overnachtte in het portaal van het paleis, bij de dienaren van zijn heer, en hij ging niet naar huis. Toen men David vertelde, dat Oeri-ja niet naar huis was gegaan, zeide David tot hem: Ge komt toch van een reis terug; waarom zijt ge dan niet naar huis gegaan? David nodigde hem uit te eten en te drinken aan zijn tafel en hij voerde hem dronken. Toch ging Uria ‘s avonds weer slapen op zijn brits bij de dienaren van zijn heer en hij ging niet naar huis. De volgende morgen schreef David een brief aan Joab, die hij door Uria liet overbrengen. In die brief schreef hij het volgende: “Zet Uria vooraan in de strijd, waar het hevigst gevochten wordt, en trek u dan achter hem terug, zodat hij wordt getroffen en sneuvelt.” Toen zette Joab bij de belegering van de stad Uria op een bepaalde plaats, waar hij wist dat er sterke troepen stonden. De bewoners van de stad deden een uitval tegen Joab; er vielen enigen van het volk, van Davids lijfwacht; ook Uria de Hethiet vond de dood.
  • Vrijdag, 28 Januari 2022 : Psalmen 51(50),3-4.5-6.7.10-11.
    God, ontferm U over mij in uw barmhartigheid, delg mijn zondigheid in uw erbarmen. Was mijn schuld volkomen van mij af, reinig mij van al mijn zonden. Ik erken dat ik misdreven heb, altijd heb ik mijn vergrijp voor ogen. Jegens U alleen heb ik gezondigd, wat U tegen staat heb ik gedaan. Dus zijt Gij rechtvaardig in uw oordeel is het vonnis dat Gij velt gegrond. Ach met schuld belast werd ik geboren, schuldig was ik toen mijn moeder ontving. maak mij weer ontvankelijk voor blijde klanken, geef mijn gekastijde lichaam nieuwe levensmoed. Wend uw ogen af van mijn gebreken, scheld mij al mijn schulden kwijt.

Teksten zijn ontleend aan de website "Dagelijks Evangelie, www.dagelijksevangelie.org"